Verzamellogos
Doordat de logo’s een compositie zijn van verschillende kleinere elementen worden deze ook wel composietlogo’s genoemd. Interessant detail is dat dit type logo’s aandacht heeft gekregen in diverse regionale en nationale dagbladen. Zelfs het reclamevakblad ‘Adformatie’ heeft dit type logo’s diverse keren besproken met recente voorbeelden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik breder geïnteresseerd ben in (onbewuste) beïnvloeding en het meten daarvan, en niet zozeer in logo’s alleen of in het specifiek composietlogo’s.
Maar zoals ik al eerder aangaf vertrouw ik op mijn ingevingen; zo ook wat betreft de (onbewuste) overdracht van kennis door dit type logo’s. Hieronder vind je twee bekende composietlogo’s; het logo van Unilever en de boom van V&D die gebruikt wordt als aanvulling op het logo. Je zou toch verwachten dat de elementen binnenin (onbewust) kennis overbrengen over de organisatie?

Om mijn afstuderen tot een succes te maken heb ik alles uit de kast getrokken dat haalbaar is binnen zo’n 6 a 7 maanden. Ik ben begonnen met vooronderzoek door het interviewen van consumenten en experts met diverse interviewtechnieken. Vervolgens heb ik een pretest uitgevoerd onder 20 participanten om alle elementen van het experiment te testen. De studio van LIFT heeft drie composietlogo’s ontworpen op basis van het vooronderzoek (Rob en Karinus, dank voor de prettige samenwerking).
Het experiment is uitgevoerd onder 170 studenten in het onderzoekslaboratorium van de Universiteit Twente. Dit zijn kleine afgesloten ruimtes zonder enige vorm van afleiding voor de deelnemers. Wat volgde was een uitvoerige analyse van de data met SPSS. Ondanks het volgen van diepgaande vakken als ‘Experimental Research in Advertsing’ en Data analyse en Meetinstrumenten II was het pittig om resultaat boven tafel te krijgen. Ten slotte moet alles verwerkt worden in een afstudeerpaper, daar ben ik op het moment van schrijven nog mee bezig.
LIFT marketing communicatie
Na het schrijven van mijn onderzoeksvoorstel ben ik september 2008 op zoek gegaan naar een reclamebureau met interesse voor mijn onderzoek. Ik werd vooral aangemoedigd door het enthousiasme van mijn begeleiders van de Universiteit. Na herhaaldelijke pogingen tot contact kreeg ik te horen “geen tijd voor begeleiding” en van een tweede “nee sorry, geen ruimte voor een afstudeerder”. Deze twee ontmoedigende contacten overtuigden mij ervan dat men mijn plan niet goed gelezen moest hebben. Via de broer (Ronald) van studiegenoot Mariëlle Rijpstra ben ik geïntroduceerd bij Peter Renema (directeur van LIFT).
Het gesprek met Peter was verhelderend: “wat heb ik er aan en wat kost het me?”. Oktober 2008 ben ik daar aan de slag gegaan en heb ik de volledige vrijheid gekregen in het uitvoeren van mijn onderzoek. Peter Renema zegt: “we vinden het bij LIFT belangrijk dat het ‘waarom’ en ‘hoe’ uitgepluisd wordt, niet alleen voor onszelf maar ook voor de verdere professionalisering van ons vakgebied”. Recentelijk stond er in het blad ‘C’ van Logeion dat er in ons vakgebied weinig kennis is over het daadwerkelijke effect van communicatie en daar draagt LIFT graag haar steentje aan bij.
De samenwerking met de Universiteit onderstreept het Friese gedachtegoed van LIFT. Ze kijken nuchter naar effecten van communicatie. Kernvraag binnen LIFT is dan ook altijd: In hoeverre draagt elk communicatie-element bij aan de gekozen strategie van onze klanten? “Een logo is belangrijk en essentieel, maar we realiseren dat het complementair moet werken met andere uitingen”, aldus Peter Renema. Uiteindelijk gaat het erom dat de klanten van LIFT boven het maaiveld uitkomen op basis van de strategie en verrassende producten die ‘blijven hangen’.
Wil je weten wat LIFT voor je kan betekenen, mail dan even met Ronald Rijpstra of Peter Renema
Onderzoeksresultaten
In het onderzoek zijn variabelen voor kennis, houding en gedrag opgenomen. Het onbewust overbrengen van kennis was één van de belangrijkste verwachtingen; deze is niet uitgekomen. Een opmerkelijk resultaat, omdat uit het vooronderzoek blijkt dat men verwacht dat logo’s iets zeggen over de activiteiten en kenmerken van een organisatie. In het begin is zelfs ter sprake gekomen dat het communiceren van kennis door composietlogo’s een "open deur" zou zijn. Daarnaast waren er ook geen significante effecten op het gedrag (in het onderzoek gedragsintentie) van participanten.
En nu de grote vraag: wat kun je er wel over zeggen? Resultaten laten een significant interactie-effect zien van visuele oriëntatie (persoonsgebonden kenmerk) op de effecten van composietlogo’s op houding. Visuele oriëntatie is de uitgebreidheid waarmee men let op zichtbare onderdelen, bv. kleur en stijl, van logo’s. Visuele oriëntatie is bepalend voor de mate waarin organisaties worden beoordeeld op feminiene en masculiene merkwaarden. Concluderend kan gesteld worden dat deze composietmethode gebruikt kan worden als extra element, zoals de boom op de tasjes van V&D naast het logo.
Wordt vervolgd
Als je meer uitleg wilt over de daadwerkelijke richting van de interactie-effecten, van symbolische en iconische composietlogo's, op de merkwaarden raad ik je aan om mijn paper eens te lezen. Bij ‘groen licht’ tijdens beoordeling voor de paper op 20 juli aanstaande kan het afstuderen eind augustus plaatsvinden. Een paar laatste loodjes nog!
Werkse en groet,
Edwin Hollander
Ps. Binnenkort start ik met mijn ondernemingsblog waarin alles rondom Idéfix Communicatie wordt besproken, belangrijke doelstelling is om meer interactie met de lezers te realiseren.
